Na jaren vol tegenslag pakte Andreas Almgren eindelijk zijn eerste grote titel. Op 15 augustus won hij in het Alexander Stadium in Birmingham de 10.000 meter op de Europese kampioenschappen in een kampioenschapsrecord van 27:23,44. Daarmee verbrak hij een record dat sinds 1978 stond.
De opbouw naar Birmingham
Almgrens seizoen was opgebouwd rond een aantal belangrijke trainingsperiodes en wedstrijden, te beginnen met een recordstart van het jaar in Valencia. Vroeg in het seizoen steeg zijn Base Fitness van 115 naar 149, terwijl zijn wekelijkse trainingsbelasting stabiel rond de 1000 TL lag, met weinig verschil van week tot week.

Voor het seizoen was zijn doel duidelijk: de 10.000 meter in Birmingham – en goud.
“Ik heb één specifieke wedstrijd in gedachten, en dat is de 10.000 meter in Birmingham. Ik ga er alles aan doen om de gouden medaille te winnen… en ik hoop onderweg daarnaartoe snel te lopen.”
Het was een heel andere uitgangspositie dan bij zijn brons in Tokio, en een wereld van verschil met de jaren van onderbroken momentum, stressfracturen, ziekte en afgebroken trainingsblokken die achter hem lagen.
“Ik had een geweldige winter. Die was niet perfect, maar ik was fitter dan ooit. Dankzij de inzichten uit de data kon ik meer pushen en eerder snelheid inbouwen.”
De race ontleed
De eerste kilometer ging in 3:17,4. Na de derde ronde nam Almgren de kop en greep hij de controle over de race. Het tempo ging omhoog naar 2:40/km en zijn hartslag steeg van 146 naar 173 bpm, net boven zijn drempel van 168 bpm.
“Ik wilde dat het helemaal draaide om wie de beste 10.000-meterloper is. Het is een zware manier van racen, maar ik ken mijn sterke punten en ik wilde de uitdaging aangaan.”
De inspanning volhouden
De volgende vier kilometers waren opvallend gelijkmatig: 2:39,7, 2:40,8, 2:40,2 en 2:38,5, terwijl zijn hartslag geleidelijk opliep van 176 naar 179 bpm. Halverwege waren er nog vier lopers binnen bereik: Mike Foppen (Nederland), Yemaneberhan Crippa (Italië), Jimmy Gressier (Frankrijk) en de regerend Europees kampioen Dominic Lobalu (Zwitserland).

“Natuurlijk ga je twijfelen of je plan werkt. Al die jaren van blessures, tegenslagen en bijna-successen proberen je hoofd binnen te sluipen. Ik moest me echt focussen en op mijn training vertrouwen.”
De beslissende versnelling
Rond de zevende kilometer begonnen de achtervolgers te kraken, en Almgren plaatste een tweede versnelling die de laatsten uit de groep brak. Voor toeschouwers was de versnelling nauwelijks zichtbaar, maar in zijn rondedata is ze duidelijk te zien: vijf opeenvolgende snellere ronden voordat hij weer in zijn ritme kwam.

De finish: alleen aan kop
De laatste twee kilometer leken een erewandeling, maar Almgren bleef gefocust. Zijn hartslag herstelde en stabiliseerde zich in de laatste ronden op gemiddeld 179 bpm, en hij finishte in 27:23,44 – een nieuw kampioenschapsrecord.
Hij liep een duidelijke negatieve split:
- Eerste 5000 meter: 14:05,07, gemiddelde hartslag 165 bpm
- Tweede 5000 meter: 13:17,74, gemiddelde hartslag 180 bpm
“Met elke ronde groeide mijn zelfvertrouwen, maar je gelooft pas dat je gewonnen hebt als je over de streep bent.”
Andreas Almgren en COROS
Almgren droeg de COROS PACE 4 en de COROS Heart Rate Monitor tijdens al zijn trainingen en in de race, en gebruikte de COROS Training Hub om zijn vormontwikkeling richting Birmingham te volgen. Die data hielp hem vast te houden aan een plan dat bijna een jaar eerder was gemaakt, en erop te vertrouwen op momenten van twijfel.
“Het is een resultaat waar ik heel lang trots op kan zijn.”
De gouden medaille is het bewijs dat jaren van hard werken niet voor niets zijn geweest.
Lees meer: Andreas Almgren – COROS-atletenprofiel
















